Emoties… wat moet je ermee?

Over triggers, patronen en steeds meer thuiskomen in jezelf

Er was een tijd dat mijn emoties er met mij vandoor gingen. Als ik blij was, kon ik stuiteren. Maar als ik me rot voelde, kon ik daar dagen, soms weken, in blijven hangen. Ik had nooit echt geleerd hoe ik met emoties om kon gaan.
Misschien herken je dat. Dat emoties er niet mochten zijn, dat je sterk moest zijn, gewoon door moest gaan en dat verdriet, boosheid of angst vooral lastig waren.
In ons gezin waren emoties een teken van zwakte.
Dus leerde ik me aan te passen, te relativeren, door te zetten en zocht afleiding.
Alles om maar niet te hoeven voelen wat er werkelijk in mij speelde…

Als een emotie je overneemt
In contact met anderen kunnen emoties ineens behoorlijk opspelen.
Een opmerking van je partner, een reactie van je kind, iets wat een collega zegt of een blik van iemand die je raakt. En ineens voel je iets: boosheid, verdriet, angst of onrust.
Je eerste gedachte is misschien dat de ander het probleem is: “Die ander doet toch iets verkeerd?” En soms is dat ook zo. Misschien raakt de ander jouw grens en die mag je serieus nemen.
Maar soms raakt wat er nu gebeurt ook iets uit het verleden. Een oude pijn, een oude overtuiging, een oude angst of een behoefte die lange tijd niet gezien is.
Een trigger gaat daarom niet altijd alleen over het moment zelf.

Hoe reageer jij als iets je raakt?
Wanneer spanning oploopt, kunnen we automatisch in een bepaald patroon of beschermingsmechanisme schieten.

We gaan bijvoorbeeld:

Vechten (fight)
Je gaat de confrontatie aan, wordt boos of probeert de situatie onder controle te krijgen.

Vluchten (flight)
Je wilt weg van wat je voelt. Je zoekt afleiding, gaat harder werken, sporten, eten, scrollen of probeert de situatie zo snel mogelijk achter je te laten.

Bevriezen (freeze)
Je weet even niet meer wat je moet zeggen of doen.
Je trekt je terug of voelt je als het ware afgesloten van jezelf.

Aanpassen (fawn)
Je stemt je af op de ander en probeert de harmonie te bewaren.
Je voelt aan wat de ander nodig heeft en beweegt mee.

Die laatste kende ik maar al te goed.
Ik was een echte pleaser.

Ik deed er alles aan om de harmonie te bewaren. Ik was voortdurend bezig met wat de ander nodig had en bewoog mee met de ander, maar ondertussen bewoog ik steeds verder weg van mezelf.
Een tijd lang werkte dat, totdat het begon te wringen. Want harmonie aan de buitenkant betekent niet harmonie van binnen. Mijn emoties verdwenen niet, ze stapelden zich op en er ontstond innerlijke wrijving. Net zolang totdat de, spreekwoordelijke, bom barstte.

Alles wat je niet wilt voelen, zoekt een andere uitweg.
Zo ben ik heel lang goed geweest in fixen. Want een lastige emotie voelt nu eenmaal niet prettig, dus probeer je er iets aan te doen. Je gaat eten, sporten, hard werken, binge watchen, scrollen of je stort je op een project.

Ik deed aan yoga en meditatie om ongemak te fixen.

Lange tijd gebruikte ik meditatie vooral om me beter te voelen, om rustiger te worden, mijn hoofd stil te krijgen en een vervelende emotie te laten verdwijnen.

En eerlijk gezegd doe ik dat soms nog steeds. Op zich is daar niets mee mis, maar op een gegeven moment kwam ik tot inzicht dat emoties niet per se problemen zijn die opgelost hoeven te worden.

Ze zijn signalen. Ze kunnen iets vertellen.

Ik leerde luisteren naar wat er onder de emotie ligt, een bepaalde behoefte, verlangen of grens.

Door yoga heb ik geleerd om te observeren: mijn gedachten, mijn gedrag, mijn overtuigingen, mijn spanningen en emoties. Niet om ze te veranderen, maar om ze werkelijk waar te nemen – oordeelloos. Dat was voor mij was een belangrijk keerpunt.

Lange tijd identificeerde ik me met wat ik ervoer.
Ik BEN boos. Ik BEN verdrietig. Ik BEN gespannen. Ik BEN een pleaser.
Maar hoe meer ik leerde observeren, hoe meer ik ontdekte:

Ik bén dit niet. Ik ervaar dit.

Ik ben niet mijn spanning. Ik ervaar spanning. Ik ben niet mijn verdriet. Ik ervaar verdriet. En ik ben ook niet een pleaser. Ik vertoon pleasegedrag.
Dat kleine verschil in taal creëert enorme ruimte. Want als je denkt dat je iets bent, ga je je er ook mee identificeren en naar gedragen. Maar wanneer je ziet dat je bepaald gedrag vertoont, ontstaat er ruimte en keuzevrijheid. Of je je wel of niet laat leiden (of lijden:)) door emotie.

Voelen zonder meteen te hoeven fixen
Waar ik het vroeger heel moeilijk vond om bij een onprettige emotie te blijven, lukt het me steeds beter om erbij te blijven. Niet meteen fixen, wegduwen, afleiding zoeken, maar gewoon doorademen en waarnemen.
Wat gebeurt er in mijn lichaam? Waar voel ik spanning? Wat gebeurt er als ik niet meteen reageer naar de ander? Wat wil deze emotie me vertellen?

Het verbaast me wat er dan kan gebeuren.
De intensiteit van een emotie kan ineens afnemen. Iets wat jarenlang grip op me had, kan in relatief korte tijd sterk verminderen of zélfs verdwijnen.
Niet door, zoals gebruikelijk, de emotie weg te duwen, maar juist door het ruimte te geven, zélfs te verwelkomen, en te observeren. Als iets er mag zijn, haal je namelijk zelf de lading eraf en vermindert spanning.
Zo kom je uiteindelijk op een plek dat je kunt kiezen en niet meer automatisch wordt meegenomen door emoties en triggers.

Er ontstaat ruimte
Wanneer je afstand kunt nemen van je emoties, gedachten en triggers, ontstaat er ruimte.
Ruimte om een patroon te zien zonder erin te verdwijnen, ruimte om te voelen wat er werkelijk onder zit en ruimte tussen wat er gebeurt en hoe je reageert.
En juist in die ruimte kan iets nieuws ontstaan.
Een keuze, een zachtere reactie, het aangeven van een grens, een moment van ademhalen of een moment waarop je jezelf niet verlaat om een ander tevreden te houden. Kortom; dichter bij jezelf te blijven.

Wat zit er onder je emotie?
Onder een emotie kan een diepere behoefte of boodschap liggen.
Onder boosheid kan een grens zitten.
Onder verdriet kan liefde zitten.
Onder angst kan een behoefte aan veiligheid zitten.
En onder mijn pleasegedrag zat bijvoorbeeld de angst om afgewezen te worden, de behoefte om gezien te worden en het verlangen om ergens bij te horen.
Dat inzicht hielp me om anders naar mijn gedrag te kijken.
Niet met oordeel, maar met nieuwsgierigheid naar mijn werkelijke verlangen of behoefte.
Wat probeert dit gedrag voor mij te doen? Waar probeert het mij tegen te beschermen? Wat heb ik nu eigenlijk nodig?

Van overleven naar werkelijk aanwezig zijn
Misschien is dat uiteindelijk wat yoga mij heeft geleerd. Niet dat ik mijn emoties onder controle moet krijgen, maar dat ik kan leren aanwezig te blijven bij wat zich aandient.
Ook als het ongemakkelijk is. Ook als ik het antwoord nog niet weet. Ook als ik liever zou vluchten, vechten, bevriezen of me aanpassen.

Emoties hoeven niet weg. Ze mogen er zijn.

En juist wanneer we ze niet langer zien als iets dat we moeten oplossen, kunnen ze ons iets laten zien: over onze grenzen en behoeften en over oude patronen die ooit nuttig waren om ons te beschermen, maar ons nu eerder weghouden van ons ware zelf.

En misschien is dat wel de uitnodiging:
Niet om minder te voelen, maar om te leren voelen zonder jezelf erin te verliezen.
Om te kunnen waarnemen wat er in je leeft zonder dat het er met jou vandoor gaat.

Om steeds opnieuw terug te keren naar je essentie.

Dan ontstaat ruimte voor oprechte verbinding met jezelf én met de ander.

Steeds meer thuiskomen in jezelf..

—————————————————————————————————————

Wil je meer inzicht krijgen in je emoties en hun boodschap, leren hoe je minder vanuit automatismen reageert en dichter bij jezelf blijft?

Dan wil ik je van harte uitnodigen voor de workshop ‘Thuiskomen in jezelf; voorbij emoties, triggers en patronen’.

11 oktober van 13.00 tot 16.30 uur

Deze blog is geschreven door Jacqueline Rantong, docent bij Mica Yoga